dinsdag 8 januari 2019

ANTON VAN DUINKERKEN - Stilte van Kerstmis



Foto: Albert Hagenaars, 2010



STILTE VAN KERSTMIS

't Laatste geluid op straat,
waarnaar ik luisterde
viel stil.

De laatste vogelkeel, nu heel
de lucht verduisterde
viel stil.

En in mijn hoofd elke gedachte,
in mijn hart ieder verlangen,
in mijn ziel
de twijfel of Gij met mij waart
of mij verliet
viel stil.

Lang zocht ik in de stilte
naar de bron van mijn gezangen:
ik vond een kind, dat in de kribbe sliep
en ieder lied
viel stil.



Uit: Verzamelde Gedichten
Uitgeverij Het Spectrum, Utrecht, Antwerpen, 1957



Zie ook:

Nederlandse gedichten in het Indonesisch, vertaald door Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars

Frozen poets - beelden, graven en andere sporen van dichters

Poëziekritieken, gepubliceerd op De Verborgen Hoek


www.alberthagenaars.nl


maandag 31 december 2018

JOB DEGENAAR - Kerstavond



Foto: Albert Hagenaars



KERSTAVOND

Het is niet de mars van de kalender
die een nieuwe geboorte inluidt
het zijn de beijsde klanken
van het carillon

niet het gedreun van een zware truck
maar zijn zacht gerinkel in de glazenkast
niet het licht dat de nacht om zeep brengt
maar de kaars die het donker bijlicht

niet de manen van de allene
ezel, maar hun verneveling
in de schemer en het kind
dat hem nog even aait

het is de sneeuwvlok die het water
raakt, de geur van dennen in een stad
de geopende deur van het dichte huis
de roep van klokken in de stille nacht



CHRISTMAS EVE

It is not the march of the calendar
that heralds a new birth
it is the iced sounds
of the carillon

not the drone of a heavy truck
but its soft clinking in the glass cabinet
not the light that turns the night down
but the candle that lights up the dark

not the neck hairs of the lonely
donkey, but their misting
in the twilight and the child
that strokes it

it is the snowflake touching
the water, the smell of pines in a city
the opened door of the closed house
the call of bells in the silent night



Uit: Vluchtgegevens
Uitgeverij Liverse, herziene uitgave, 2011
Translation: Hannie Rouweler


Zie ook:

Nederlandse gedichten in het Indonesisch, vertaald door Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars

Frozen poets - beelden, graven en andere sporen van dichters

Poëziekritieken, gepubliceerd op De Verborgen Hoek


www.alberthagenaars.nl


woensdag 27 december 2017

ALBERT HAGENAARS - Winter 2017




WINTER 2017

Ze verbonden onze vroege verwondering
met woorden als merel en mees, zwoerd,
sneeuwman, kolenogen en koude oorlog

en trokken gearmd de slee door de wereld.

Ieder jaar dalen ze in december van de zolder
neer op het dressoir en verstijven dan, geknield
onder weer dezelfde takken, naast de kribbe

met het eerste kind dat geen van ons ooit kende.

’s Nachts klinkt daar het geruis van hun radio
in flarden opera, nieuws over Cuba en West-Berlijn
en, keer op keer, het gekraak van hun eigen stemmen

die zij ondanks alle pijn in steeds andere, steeds

krachtiger woorden van gemis moeten laten horen.



Wenskaart december 2017



Zie ook:

Nederlandse gedichten in het Indonesisch, vertaald door Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars

Frozen poets - beelden, graven en andere sporen van dichters

Poëziekritieken, gepubliceerd op De Verborgen Hoek


www.alberthagenaars.nl


zaterdag 15 april 2017

PAUL SNOEK - O kerstnacht, schoner dan de dagen




O KERSTNACHT, SCHONER DAN DE DAGEN

Voor Eddy van Vliet

Terwijl Herodes in zijn eerste tent
in het bewaakte vluchtelingenkamp
een bord gekookte groenten eet
met wat brood en wat water,
blijft plotseling de felle lichtstraal
van de uitkijktoren stil staan
als destijds de ster.

De prikkeldraad wordt door het helder licht
als met sneeuwkristallen verzilverd
en de lopen van de mitrailleurpistolen glanzen
geolied door de stilte en de nacht.

En op hetzelfde ogenblik in de feestzaal van Hilton,
afgehuurd door Bethlehem Steel,
brengen zeven jonge kelnerinnen,
in blote engelen verkleed,
het kerstgebraad op gouden schotels aan.

De maagd Maria kiest de beste hapjes
en propt een voetje in haar mond.
Jozef, haar gemaal, schuift de armpjes
als kippeboutjes heen en weer tussen de tanden
en groet onderwijl zijn goedgunstige gasten
met een rustige glimlach.

Drie Koningen uit de onderwereld
rukken met hun kiezen van achttien karaat
het zachte vlees van de ribjes
en zuigen uit de broze wervels
het nog prille merg.

En terwijl Sinatra staat te janken van:
I’m dreaming of a white Christmas,
vreten aan de verste tafel
de dikke herders van Chicago
het levertje op en na de zoete ingewanden
de niertjes en ja,
ook het kleine hart van Jezus.



Uit: Gedrichten.
Uitgeverij Manteau, 1972.




Zie ook:

Nederlandse gedichten in het Indonesisch, vertaald door Siti Wahyuningsih en Albert Hagenaars

Frozen poets - beelden, graven en andere sporen van dichters

Poëziekritieken, gepubliceerd op De Verborgen Hoek


www.alberthagenaars.nl


donderdag 15 december 2016

ALBERT HELMAN - Reisbrief




REISBRIEF

Van onze correspondent

Hier, waar 't met Kerstmis zomer is
en 't vogelkwelen vromer is
dan 'Stille Nacht' of 'Kyrie-eleis',
heb ik weer eens aan 'ginds' gedacht
en voor een keer in vers gebracht
wat dient gezegd artikelwijs.

Al past het ook niet voor de krant,
men gun' wat aan een vaste klant
en aan zijn eigenaardigheid.
Ik ben poëtisch aangedaan
-wat 'mexicaans' welteverstaan-
zij 't slechts met proza-vaardigheid.

Toch is zo'n Kerstmis zonder kou
en zonder sneeuw, met hemelblauw,
iets anders dan het feest 'daarginds',-
iets als een doordeweekse dag
met veel rumoer en dom gelach;
verdrietig toch, al lijkt het kinds.

De Mexicaan maakt krib noch stal,
want hier is meestal het geval
dat de indio veel slechter huist
dan os of ezel 't elders doet,-
wijl hij zijn strohut delen moet
met al het vee dat hem verluist.

En van een kerstboom komt niet veel;
te schamel is het aardse deel
van wie 't niet bracht tot Generaal;
want is men hier niet welgesteld,
dan koopt men voor hetzelfde geld
een maandlang zich een middagmaal.

De rijken hebben ze ingericht
van blik, en met electrisch licht;
dat geeft de ware stemming niet.
Zo'n veramerikaanste den
maakt dat ik liever eenzaam ben
en van de kale muur geniet,

terugdenk aan zo menig feest
dat knus, intiem, blij is geweest.
De kachel snorde, iemand zong,
de kaarsjes brandden tussen 't groen;
bezoek, geschenken, en een zoen,
geur van gebraad dat binnendrong...

Zo gaat het als je ver van honk
je leven aan het zwerven schonk;
dan zie je veel en mis je veel.
Al reis je ook de wereld rond,
daarvoor betaal je 't volle pond.
Ach, kerstmis maakt sentimenteel...

Dit is geen Kerstmis. 't Is een dag
als iedere andere. Loop en lach
en doe als weet niets ervan.
Straat-in, straat-uit. Verveel je dood.
Je ontmoet misschien een lotgenoot
en houdt je groot: "Kom, wees een man!"

De kroeg die je thans binnengaat
(op een gewone dag versmaadt)
is druk nu, en een oord van troost.
'Daarginds', zit men gezellig thuis
en kluift een kerstgans als een struis,
men keuvelt en men minnekoost.

Hoor...de marimba in de straat
speelt 'La Paloma' zonder maat.
Dat lied zong men voor jaren al,
toen ik een kleine jongen was,
Mama een kerstverhaal voorlas
en 'Stille Nacht' zong bij de stal.

Hoe burgerlijk, hoe religieus...
"Kom, wees een man!" is nu de leus...
Bij God, ik bleef nog steeds een kind.
Met Kerstmis schijnt zo menigeen
weer kind te worden als voorheen,
wijl men terugdenkt en bezint.

Wijl het verleden plots weer trekt
en de eenzaamheid herinnering wekt
en gaarne idealiseert.
Thuis was het ook geen koek en ei;
in Holland leef je vrij en blij
zolang je maar niet rebelleert,

maar als je met een dwarse kop
de brui eraan geeft, is een strop
of weggaan nog je laatste keus.
Ik koos het laatste, ben nu hier;
een gek die denkt: voor mijn plezier.
Verbanning is 't -dat meen ik heus.

En niet omdat het Kerstmis is
en ik de warme pudding mis
of tussen Mexicanen loop,
zie ik het zo; en morgen weer
als was 'k opnieuw de trotse heer
die wegholt van de grote hoop.

Ik voel me werkelijk heel klein.
Het moet “daarginds” heus beter zijn.
Maar enkel heden, - zónder mij.
Zo is de mens. Waar hij niet is,
wacht zijn geluk; en waar hij is
loopt hij het achteloos voorbij.

Zodat ik maar besluit vandaag
een stuk te drinken in mijn kraag
en te vergeten wat ik ben:
een zwerver zonder Kerst of krans,
geen lied, geen lief, geschenk noch gans,
noch stal, noch kaarsenlicht, noch den.

Vergeten dat in Mexico
haast iedere moeder baart op stro
en in een wankele augiasstal.
’t Is haast voorbij. Vrede op aard…
Het is de borrel nauwelijks waard,
‘k ben maar een alledaags geval.

Het gekke is, dat millioenen net
als ik nog naar wat kerstmispret
gehunkerd hebben als een kind.
De Kerstman? Hij is een soldaat.
Voor ’t nieuwe jaar een handgranaat
is wat je aan de kerstboom vindt.

Daarom is het oprechter zo,
om Kerstloos als in Mexico
het leven op te vatten.
Er is geen hoop op vrede meer.
In Holland is het hondenweer.
Nu ga ik mij bezatten.


Uit: Verzamelde gedichten.
Orion-Colibrant, 1979.
Foto: Onbekend



www.alberthagenaars.nl


zaterdag 22 oktober 2016

WIM DE VRIES - Geboorte




GEBOORTE

Ik ben in een bedstee
geboren en lag als
Jezus in een krib.
Geen ster die mijn verblijfplaats
wist, geen
engel en geen herders
om te waken.
Geen mens die op bazuinen
blies.
Er was alleen de dokter
met de rekening, de baker
met het lauwe water.
En weer een dagje later
stond ik geboekt als
WIM DE VRIES.


Uit: Zo vaak heb ik haar gedroomd - Verzameld Werk.
Uitgeverij Liverse, 2016.
Foto: Onbekend



www.alberthagenaars.nl


zondag 6 december 2015

ANTON KORTEWEG - Ons huis




ONS HUIS

Ons huis is blauw en ligt vlak bij een singel.
Eén kamer is geheel voor mij alleen.
Ik kijk het donker in en zie drie lichtjes.
Je denkt toch niet dat ik daaraan geen hoop ontleen?


Uit: Ouderen zijn het gelukkigst en alle andere gedichten van 1971 tot nu. Meulenhoff, 2015.
Foto: Siti Wahyuningsih, juni 2014.



www.alberthagenaars.nl