zaterdag 5 juli 2014

NORBERT DE BEULE - Om mijn grootouders



*

Om mijn grootouders
langs vaders kant te eren
hang ik in mijn boom met kerst
enkel spruitjes en wat stro

O, dennenknoest

Om mijn grootouders
langs moeders kant te eren
hang ik dit jaar tussen dennengroen
boules de Berlin, geur van smout
bestrooid met poedersuiker

O, kerststronk, mokkaboom en soes

Alle honden gooi ik van mijn erf
Laat ze blaffen als dichters
heffen hun poot
aan rijmplek en dwangbuis

Laat het klitten witte vacht
Stenen vriezen, piek en kluit

Spruiten smaken zoeter toch
na eerste vrieskou.



Foto auteur: Albert Hagenaars, 14-02-2013.



www.alberthagenaars.nl

vrijdag 20 juni 2014

ANNA ROEMER VISSCHER - Geschreven op Kerstdag 1617



GESCHREVEN OP KERSTDAG 1617

Geeft mij, o grote Al en Schepper aller dingen
Nu wijsheid, om de lof uws Zoons loflijk te zingen;
Geeft dat ik zin en wits ootmoedig henen stuur
Te Bethlehem bij de krib, in de vervallen schuur;
Geeft, dat mij op de weg de wereld niet komt storen,
En let mij, dat ik kus het kind voor mij geboren;
Geeft, dat eerwaardig Hem van mij geofferd werdt
Geen wierook, mirre, goud, maar een gebroken hert.



Uit: Het goud der gouden eeuw, Uitgeverij Het Spectrum, 1955.



www.alberthagenaars.nl

zaterdag 31 mei 2014

EWOUD WILLEM VAN DOORN - Een oud en nieuw verhaal





EEN OUD EN NIEUW VERHAAL

Laten wij, dichtbij en uit verre streken,
elkaar aanspreken en verhalen
over donker, over licht,
over moeizaam bevochten brood
rijzend boven gloeiende takken,
over legenden van wijze voorouders,

laten wij nu rijst oogsten
uit drassig water, tot aan de knieën,
waar eens bommen insloegen,

laten wij nu samen met onze ouders
en ouders-ouders zwoegen op doorploegde landen,
op weerbarstige velden,

laten wij nu gekerfde handen verzachten
na het zoete suikerriet gekapt in rijen en rijen,

laten wij nu troostend dansen met vaders en moeders
die treuren om hun gedode dochters en zonen,

laten wij ons nu met onszelf
en met anderen verzoenen,

laten wij hierna vreugdevuren ontsteken,
wierook zien opstijgen naar de hemel
en onze mooiste, kleurrijkste kleden kiezen,

laten wij, hoog in de bergen,
of tussen sawa’s, of op vlakke groene velden,
of waar ieders adem zichtbaar is,
of waar de zon vijandig is,

laten wij waar dan ook getuigen van leven,
met weemoed over wie wij kennen en die niet meer zijn,
maar ook volmondig over nieuwgeboorte,
over het goddelijke om ons en in ons, over liefde,

laten wij waar dan ook onze heilige symbolen oprichten,
hymnen in alle talen zingen tot de nacht bij ons is,
totdat slaap en dromen ons verder voeren
naar de kracht van een nieuwe jongste morgen.



www.alberthagenaars.nl

woensdag 30 april 2014

KAREL JONCKHEERE - Driekoningen





DRIEKONINGEN

Er zaten eens drie koningen
elk in zijn ver paleis
de winter was gekomen
ze gingen niet op reis
Kasper Melchior Balthazar

Het was een late avond
ze staarden door het raam
en zonder dat ze 't wisten
zegden ze elkanders naam
Kasper Melchior Balthazar

Ach kamen we toch samen
dachten ze als in koor
wij zouden lustig klinken
een gele een blanke een moor
Kasper Melchior Balthazar

Dit wonderbare teken
sprak elk in mijn bereik
wijst dat des hemels zegen
alleen geldt voor mijn rijk
Kasper Melchior Balthazar

Dit dromen vele koningen
tot plots de ster verdwijnt
en in de avondkranten
hun mat gezicht verschijnt
Kasper Melchior Balthazar



Uit: Poëtische inventaris, 1973
Uitgeverij: Paris-Manteau



www.alberthagenaars.nl

vrijdag 14 maart 2014

LOUIS DE BOURBON - Kerstmis 1940




KERSTMIS 1940

Zij hoorden englen zingen
met menselijke stem,
de vrome herders gingen
den weg naar Bethlehem.

Een stem zong van den vrede,
een ster ging lichtend voor,
hier vond der mensheid bede
haar eindelijk verhoor.

Nu is de ster verdwenen
de stemmen van omhoog,
mij is geen Kind verschenen
voor 't menselijke oog.

Wat moet ik thans geloven?
Herodes' macht leeft voort,
de vrede heerst daarboven,
hier woedt de kindermoord.

Heer, sterk in deze tijden
mijn innerlijk gehoor,
in overaardse weiden
ga nog Uw ster mij voor.

Behoed, nu d'englen zwijgen,
mijn innerlijk gezicht,
laat mij de vlam bestijgen
van Uw onwerelds licht.



Uit: Verzamelde Gedichten, 1974
Uitgeverij: De Gulden Veder



www.alberthagenaars.nl

donderdag 27 februari 2014

JO GISEKIN - Winter




WINTER

Winter is een dichter
in de kou
wanneer de takken
breken in hun oksels
de wind zo wit
als gipsen draad gespannen
boven verglaasde beken

de kerstnacht lijkt één
groot verdriet
wanneer de huizen barsten
van gezwollen ingewanden
en wat al droefenis
in vastgevroren ogen
rond tafels naakt
van afgedekt vertier
champagne op het tafelkleed
gestolde eiwitdraden op
verkleumd gazon.

Laat de minnaars juichen
en wintervogels kraken in
hun kleren:
zij wachten op het licht

december, steek de toortsen uit!


Uit: Het eiland van elkaar
Uitgeverij P, 2006



www.alberthagenaars.nl

donderdag 26 december 2013

ED. HOORNIK - Kerstmis 1915



KERSTMIS 1915

Soldaten bezetten het plein,
de sneeuw was tot hardsteen bevroren,
voor het standbeeld stond het kanon.

Bedroefd trad ik in de salon,
ik zag de boom met de kaarsen,
en de dode ster, die er glom.

Ik bemerkte niet, dat ik zong.
Herodes en de soldaten
waren schimmen op het balkon.



Uit: Verzamelde Gedichten
Meulenhoff, 1972



www.alberthagenaars.nl